Verklaring over de geplande erkenning van de Palestijnse staat tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties

Verklaring over de geplande erkenning van de Palestijnse staat tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties

Het Haagse Initiatief voor Internationale Samenwerking (thinc.) is ernstig bezorgd over recente aankondigingen van verschillende landen – waaronder het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Canada en Australië – dat zij van plan zijn de Palestijnse staat formeel te erkennen tijdens de komende Algemene Vergadering van de VN in september.

Dit besluit geeft een gevaarlijk signaal af dat terrorisme – waaronder de gruwelijke aanslagen van 7 oktober – en de langdurige onverzettelijkheid van de Palestijnen tot concessies leiden. Het feit dat Hamas het voornemen heeft geprezen, zou de betrokken landen tot nadenken moeten stemmen. Bovendien ondermijnt het besluit het internationaal recht en de gevestigde normen voor het definiëren van een ‘staat’.

Eenzijdige erkenning is in strijd met de Oslo-akkoorden, een verdrag dat voor beide partijen bindend blijft. De akkoorden stellen de vaststelling van de grenzen uit tot de onderhandelingen over de definitieve status en sluiten acties uit die de rechten van beide partijen in dit verband schaden. Het negeren van de akkoorden omwille van symbolische erkenning schept een verontrustend precedent dat verdragen – als juridisch bindende instrumenten – terzijde kunnen worden geschoven omwille van politiek opportunisme. Dit dreigt de rechtsstaat en de verdragsverplichtingen wereldwijd te ondermijnen – een hoeksteen van stabiele internationale betrekkingen.

Bovendien verleent erkenning geen staatshoedanigheid; een toekomstige staat moet voldoen aan de vastgestelde criteria van het internationaal recht. Dit is essentieel voor het behoud van stabiliteit en samenhang binnen het internationale systeem. “Palestina” voldoet niet aan de vastgestelde wettelijke criteria voor staatshoedanigheid overeenkomstig artikel 1 van het Verdrag van Montevideo inzake de rechten en plichten van staten (1933). De vier wettelijke vereisten zijn: een permanente bevolking, een afgebakend grondgebied, een effectieve regering en het vermogen om buitenlandse betrekkingen aan te gaan.

De eis van een afgebakend grondgebied vereist geen perfect vastgestelde grenzen, maar wel een consistent, identificeerbaar gebied waarover een staat soevereine macht uitoefent. De Oslo-akkoorden beperken het vermogen van de Palestijnse Autoriteit (PA) om soevereiniteit uit te oefenen over afgebakende grenzen door haar slechts beperkt zelfbestuur te verlenen in bepaalde gebieden, in afwachting van een onderhandelde regeling – tot dan blijven de grenzen omstreden. Bovendien oefent Israël volgens de akkoorden nog steeds controle uit over delen van de Westelijke Jordaanoever. Ondertussen zijn de Palestijnse gebieden verdeeld sinds Hamas in 2007 de PA omverwierp en de controle overnam. Deze factoren verhinderen dat de PA als een verenigde en effectieve regering over een afgebakend grondgebied kan functioneren.

De PA voert weliswaar enkele diplomatieke activiteiten uit, maar haar verdeelde bestuur en beperkte gezag in gebieden die onder Israëlische controle staan, belemmeren ook haar vermogen om als soevereine entiteit consequent buitenlandse betrekkingen te onderhouden. Al deze factoren samen tonen aan dat Palestina niet voldoet aan de criteria om als een ‘staat’ te worden erkend.

thinc. verwerpt ook het idee dat het recht op zelfbeschikking noodzakelijkerwijs het recht op volledige soevereiniteit inhoudt. Het internationaal recht erkent zelfbeschikking als een fundamenteel beginsel, maar garandeert niet dat dit tot soevereiniteit leidt. In meerdere gevallen, zoals dat van de Westelijke Sahara, is gekozen voor autonomie in plaats van een staat. Gezien het langdurige falen om via onderhandelingen tot een twee-staten oplossing te komen, beveelt thinc. de internationale gemeenschap aan om alternatieve oplossingen voor staatsvorming te onderzoeken, die wellicht geschikter zijn om duurzame vrede tot stand te brengen.

thinc. is ook van mening dat het conflict niet kan worden opgelost zonder ingrijpende hervormingen van het Palestijnse leiderschap, waaronder het aanpakken van de endemische corruptie, het institutioneel bevorderen van antisemitisme en het mogelijk maken van terrorisme. Zonder dergelijke veranderingen zal erkenning de radicalisering alleen maar verder versterken en Israël met onveilige grenzen achterlaten. Bovendien zou het Palestijnse volk beter gediend zijn met lange termijn hervormingen en institutionele opbouw onder legitiem lokaal leiderschap, gebaseerd op een oprechte acceptatie van het bestaansrecht van Israël, in plaats van voortijdige erkenning die alleen maar de autoriteit van de huidige PA versterkt.

thinc. dringt er bij de internationale gemeenschap op aan om het roer om te gooien en tegen de erkenning van de Palestijnse staat in de Algemene Vergadering van de VN te stemmen. In plaats daarvan moeten staten hervormingen binnen het Palestijnse leiderschap aanmoedigen, de nederlaag van Hamas ondersteunen, alternatieve opties voor een eigen staat onderzoeken en pleiten voor een terugkeer naar de onderhandelingstafel in overeenstemming met bestaande wettelijke overeenkomsten.

Share this

Table of Contents
Search

Support thinc. - Your guide to Israel and international law

Welcome. thinc offers our growing network of friends and experts worldwide insights relevant to the conflict between Israel and their adversaries through the lens of international law. – Support us from today from €5 per month.